
Conferentieblog #6: Grip krijgen op digitale afhankelijkheid deel II
Futurist Rudy van Belkom (Stichting Toekomstbeeld der Techniek) neemt het publiek in zijn keynote mee in een ongemakkelijke maar belangrijke realiteit: het onderwijs is in hoge mate afhankelijk geworden van grote technologiebedrijven.
AI, cloud, digitale leermiddelen – technologie is niet meer weg te denken uit het onderwijs. Maar achter al die toepassingen zit een vraag die steeds urgenter wordt: van wie is eigenlijk de digitale infrastructuur waar ons onderwijs op draait?
We gebruiken allemaal AI en het onderwijs moet ermee leren werken. Maar het gesprek gaat vaak alleen over toepassingen – niet over de infrastructuur erachter.
“De cloud klinkt alsof het ergens in de lucht hangt. Maar uiteindelijk draait alles gewoon op servers – en die staan lang niet altijd in Nederland of Europa.”
Technologie is geen natuurkracht
Volgens van Belkom wordt technologie vaak behandeld alsof het ons overkomt. Alsof AI of digitale platforms onvermijdelijke ontwikkelingen zijn waar we ons simpelweg aan moeten aanpassen. Maar dat klopt niet. Technologie ontwikkelt zich altijd in een maatschappelijke context. In het verleden waren er bijvoorbeeld meerdere zogenaamde AI-winters, periodes waarin de belangstelling voor AI vrijwel verdween. De huidige golf van AI-toepassingen is dus geen natuurwet, maar een ontwikkeling waar keuzes achter zitten. Daarom is toekomstdenken belangrijk: niet om de toekomst te voorspellen, maar om mogelijke scenario’s te verkennen en voorbereid te zijn.
Niet alleen een technologisch vraagstuk
De vraag hoe we technologie gebruiken in onderwijs is volgens hem vooral een maatschappelijke keuze. Een illustratief en bekend voorbeeld: een futuristische illustratie uit begin 1900 waarin leerlingen kennis letterlijk in hun hoofd ‘gepompt’ krijgen via machines. Vandaag de dag klinkt dat absurd, maar met VR, AI en immersive learning komen we soms verrassend dichtbij zulke ideeën.
De kernvraag blijft wel dezelfde: willen we wat we kunnen?
Big Tech als nieuwe infrastructuur
In het tweede deel van zijn keynote werd het verhaal concreter. Want waar draait het onderwijs vandaag de dag eigenlijk op? E-mail, cloudopslag, digitale leeromgevingen, AI-tools – veel daarvan wordt geleverd door een klein aantal grote technologiebedrijven. Nederland blijkt daarin zelfs uitzonderlijk afhankelijk. Volgens onderzoek is 98% van de mbo-instellingen afhankelijk van Amerikaanse Big Tech voor een deel van hun digitale infrastructuur. Dat roept fundamentele vragen op. Want als commerciële platforms een publieke rol krijgen, wie beschermt dan de publieke waarden?
“We doen alsof platforms als Twitter of Facebook het digitale dorpsplein zijn. Maar eigenlijk zijn het gewoon commerciële kroegen op dat plein.”
De mythe van de ‘rode knop’
Een veelgehoorde angst is dat buitenlandse technologiebedrijven of overheden zomaar “de stekker eruit kunnen trekken”. Van Belkom nuanceerde dat beeld. Er is vast geen grote rode knop die in één keer alles uitschakelt. Maar er zijn wél talloze kleine knoppen en hendels waarmee invloed kan worden uitgeoefend. Denk aan: platforms die algoritmes aanpassen,bedrijven die diensten stopzetten, infrastructuur die afhankelijk is van buitenlandse wetgeving of accounts die plotseling worden afgesloten.
Die subtiele vormen van afhankelijkheid kunnen minstens zo ingrijpend zijn.
Wat betekent dit voor het mbo?
Voor onderwijsinstellingen betekent dit dat digitalisering niet alleen een technisch vraagstuk is, maar ook een strategische en bestuurlijke verantwoordelijkheid.
Het gaat daarbij om drie samenhangende begrippen:
- Digitale autonomie – zelf keuzes kunnen maken over technologie
- Digitale soevereiniteit – infrastructuur kunnen controleren
- Digitale weerbaarheid – systemen veilig en betrouwbaar houden
Of, zoals Rudy het samenvatte: uiteindelijk gaat het allemaal over grip op afhankelijkheden.
Tijd om vooruit te denken
Een belangrijk punt in de bijdrage van Rudy was dat organisaties vaak pas reageren als technologie al breed is ingevoerd. ‘Hadden we dat in het verleden wel zo moeten doen?’ ChatGPT, online onderwijs, smartphones of social media zijn daar voorbeelden van. Maar juist daarom pleit hij voor meer toekomstdenken in organisaties: scenario’s verkennen, risico’s vooraf bespreken en afspraken maken voordat nieuwe technologieën volledig ingeburgerd zijn.
Voor het mbo betekent dat onder andere moeten nadenken over:
- waar data worden opgeslagen;
- van welke leveranciers we afhankelijk zijn;
- welke publieke waarden we willen beschermen;
- en hoe we digitale infrastructuur duurzaam organiseren.
Rudy zijn keynote was daarmee geen pleidooi tegen technologie. Integendeel: technologie biedt enorme kansen voor het onderwijs. Maar juist daarom is het belangrijk om niet alleen naar de toepassingen te kijken – maar ook naar de fundamenten waarop ze draaien.