Vier lessen voor toekomstbestendig digitaal toetsen en examineren

Op 17 juni, tijdens de Conferentie Toekomstbestendig digitaal toetsen en examineren van Npuls ging het over de borging van Onderwijskoppelingen Examinering (OKE) en de doorontwikkeling van Digitaal Toetsen en Ontwikkelen (DTO). Twee teams van Doorlopend het beste onderwijs en Leren zonder drempels presenteerden samen hun resultaten aan de deelnemers. Vier lessen die je kan toepassen in je eigen onderwijspraktijk.

Tekst en foto's: Steven den Boer

Tijdens de conferentie  kwamen onderwijsprofessionals, beleidsmakers en experts samen om te verkennen hoe toetsing en examinering toekomstbestendig kan worden ingericht. In een onderwijslandschap waarin digitalisering en AI zich razendsnel ontwikkelen, groeit de urgentie om samen te werken aan betrouwbare, flexibele en schaalbare oplossingen voor digitaal toetsen en examineren.

#1 Digitaal gaan toetsen is een grote stap

'Voor examensoftware zijn er veel verschillende systemen en Erik Degen van Coöperatie Examens MBO kan het weten. Om deze systemen samen te laten werken, is de Onderwijs Koppeling Examinering (OKE) ontwikkeld. Op dit moment maakt 58% van de aangesloten scholen bij de CEM gebruik van de OKE-koppeling.

Niet iedereen weet dat je niet zomaar even digitaal kan gaan toetsen. We zijn missionarissen' Erik Degen, Coöperatie Examens MBO - CEM

Naast deze koppelingen voor met name het efficiënter maken van het administratieve proces door middel van OKE, wordt binnen de CEM ook onderzoek gedaan naar het beoordelen van examens met gebruik van AI. Degen: “Een opdracht of prompt voor AI moet niet alleen gebouwd worden, maar ook onderhouden en verbeterd. Dat is best veel werk: het is alsof je er een kind bij krijgt.” Aandacht voor de techniek, de tooling en zeker ook de veiligheid bij het gebruik van AI worden door Degen benadrukt. Maar AI kent grote mogelijkheden.

Degen ziet ook kansen voor in de toekomst. OKE kan nog breder ingezet worden voor verbetering van het administratieve proces van resultaatafhandeling. Voor AI zal door kennisdeling vooral de AI-geletterdheid verbeterd kunnen worden. En wanneer een onderwijsinstelling tot digitaal toetsen overgaat, moet het geheel goed gecoördineerd worden, omdat het naast systeemaanpassingen impact heeft op de aspecten: beleid, organisatie en processen. De volle zaal is het eens met de uitdrukking: Alleen ga je sneller. Samen kom je verder.

#2 Met Lerend Kwalificeren kan je de ontwikkeling toetsen

De tijd van leren, tentamens maken en diploma krijgen, is aan het veranderen. Met Lerend Kwalificeren (LK) gaat het niet meer om een momentopname, maar een veelheid aan bewijzen die tijdens het leerproces verzameld worden. Jorien ter Steege en Carmen Rikkink van Prove2Move leggen uit hoe het begeleiden en beoordelen samen werkt. “De keuze voor de ouderwetse manier van examineren of LK moet vanuit een visie komen. Het is maatwerk en de instelling en opleidingen moeten het specifieke proces omschrijven, zodat je daarin kan beoordelen. Natuurlijk zullen eerstejaars meer beoordeeld worden op de ontwikkeling en pas later in de opleiding meer op de inhoudelijke kennis of vaardigheden.” aldus Rikkert.
Jorien ter Steege’s argument om LK in te zetten, zit in de vraag: hoe zie je nou of een student iets kan? “De uitdagingen voor ons zijn: een gezamenlijke taal spreken (wat is een portfolio), vertrouwen binnen de organisatie krijgen, de uitvoerbaarheid en kwaliteitseisen duidelijk maken, het meenemen van de examencommissie en het werkveld en niet te vergeten de student. Dit vraagt allemaal om een visie op leren, onderwijs en afsluiten.“

#3 Het begrippenkader voorkomt spraakverwarring

Sandra Broekman van Npuls vertelt hoe er samen met SURF aan het landelijk begrippenkader toetsen wordt gewerkt. “Omdat begrippen verschillende betekenissen hebben, werkt dat door in systemen, OER, beleid en eigenlijk op alle niveaus. Daarom is het noodzakelijk om dezelfde begrippen te gaan gebruiken. Neem woorden, zoals module, tentamen of beoordelen. Die zijn niet concreet en verschillen qua betekenis per instelling. Toets, examen en tentamen worden door elkaar gebruikt, maar hebben een andere connotatie. Als we digitale systemen gaan koppelen, moeten die begrippen dus ook dezelfde betekenis krijgen.”
Er is in dit begrippenkader sprake van een lexicon-aanpak: het gaat om het denken in relaties en patronen. Dus het gaat niet alleen om de definitie van een woord, maar wat de relatie is van dit begrip tot andere begrippen.
Het begrip ‘beoordeling’, wordt uitgekleed om te zien wat de relaties zijn. De deelnemers aan de workshop ontdekken hoeveel zo’n woord teweeg brengt en zijn zeer enthousiast. Dit jaar worden er nieuwe sessies georganiseerd. Uiteindelijk wordt het begrippenkader voor iedereen toegankelijk.

#4 Met de AI-waaier krijg je het gesprek over AI op gang

Er bestonden al verschillende AI-waaiers en schalen. Daar kwamen ze al gauw achter, toen mbo, hbo en wo dit onderzochten. Leanne van Beek van Npuls heeft daarom met 20 mbo-instellingen een AI-waaier gemaakt in taalniveau B1, dat als een pedagogisch instrument werkt. Je gebruikt de waaier om het gesprek met een onderwijsteam of met studenten te starten, over de rol van AI in het onderwijs. Ook kan de waaier als advies opgenomen worden door examenleveranciers. De waaier is verdeeld in categorieën, zodat samen kan bespreken hoeveel invloed je van AI toelaat.
Tijdens de presentatie van Van Beek worden de deelnemers aan het werk gezet: hoe kan je een opdracht voor de student AI-waaier-proof maken door per categorie aan te geven: wat mag de student wel of niet doen? Welke instructie krijgt de student? Hoe controleer je of het leerdoel wordt behaald? Welke aanpassingen zijn nodig in de beoordelingscriteria? Op die manier worden niet alleen de opdrachten AI-proof, maar kunnen zowel docenten als instellingen zich duidelijker uitspreken over wat ze wel en niet met AI doen.

Alle presentaties van de conferentie kan je terugvinden in de digitale goodiebag:

Reacties (0)
Geef een reactie