
Panelgesprek Edu-V, Npuls en SURF: Heldere afspraken, betere samenwerking
Wat betekenen Edu-V, Npuls en SURF Vendor Compliance in de praktijk? Tijdens de gezamenlijke netwerkdag van Informatiemanagement, Architectuur en IBP gingen drie vertegenwoordigers van deze programma’s en drie experts uit de netwerken onder leiding van Imane Oulali met elkaar in gesprek. De rode draad: het landschap is versnipperd, en samen optrekken loont – voor instellingen én leveranciers.
Drie programma’s, drie pitches
H-P Köhler neemt het voortouw met een toelichting over Edu-V, het afsprakenstelsel voor betrouwbare digitale gegevensuitwisseling in het po, vo en mbo. De stichting organiseert ook het toezicht op de naleving en beheert het keurmerk. Edu-V moet zorgen voor meer regie over data voor school en student, meer vertrouwen in de betrouwbaarheid en veiligheid van systemen, en een gelijker speelveld voor leveranciers. En voor beter onderwijs, door meer transparantie, inzicht en flexibiliteit in de markt van leermiddelen. Edu-V werkt aan een toepassingsprofiel dat het stelsel verbindt met de breder gebruikte standaard OOAPI.
Volgens kwartiermaker Isabelle van Woerkom streeft Npuls, een afsprakenstelsel voor digitale leermaterialen en educatieve technologie in het vervolgonderwijs, twee doelen na. Studenten moeten zelf de regie hebben over de eigen leer- en ontwikkelroute én doorlopend het beste (actueel en van hoge kwaliteit) onderwijs kunnen volgen. Ook wil Npuls AI en data waarde(n)vol inzetten. Het stelsel legt afspraken vast over onder andere privacy, informatiebeveiliging, technische standaarden en beheer.
In zijn pitch vertelt Koos Kruithof dat SURF Vendor Compliance (SVC) het compliance-onderdeel van de inkoop bij SURF is. De dienst omvat onder meer compliance assessments, DPIA’s en security assessments, uitgevoerd door een multidisciplinair team van (privacy)juristen, technici en beveiligingsexperts. Onderwijsdata staan bij grote partijen, en onderwijsinstellingen willen en moeten borgen dat hierbij de juiste eisen worden gesteld en afgedwongen. SVC gaat hierover het gesprek aan met leveranciers en instellingen. De dienst geeft instellingen meer onderhandelingskracht richting leveranciers. In Koos’ eigen woorden: die moeten ‘comply or die’.
Welk probleem lossen we eigenlijk op?
Imane opent het gesprek met een fundamentele vraag: wat lossen deze stelsels eigenlijk op? H-P wijst op privacy- en security-issues: ‘Scholen krijgen een instrument waarmee ze de inkoop kunnen sturen. Dat geeft meer vertrouwen in wat ze afnemen – ook op ethisch gebied’. Isabelle plaatst de stelsels in een historisch en toekomstgericht perspectief: waar het onderwijs tot nu toe vooral papieren processen heeft gedigitaliseerd, is de komende flexibilisering van het onderwijs de echte uitdaging. ‘De stelsels zorgen voor een speelveld dat hierbij past, waarin instellingen niet alleen staan.’ Ook Koos legt de nadruk op de kracht van het collectief: ‘overkoepelend kun je zaken afdwingen bij leveranciers’.
Niels Dutij (netwerk IBP) komt met een suggestie. ‘Er zijn veel standaarden naast elkaar: kunnen we die niet meer samentrekken? Bovendien lopen leveranciers onderling sterk uiteen in hun kennis van techniek en beveiliging. We zouden als sectoren veel meer uniforme eisen moeten stellen, zodat het voor leveranciers duidelijk is hoe zij security en compliance moeten vormgeven.’
Wie betaalt de rekening?
Verhogen leveranciers hun tarieven niet als ze aan al die voorwaarden moeten voldoen, vraagt iemand in het publiek zich af. Volgens Isabelle werken afsprakenstelsels juist prijsdempend: ‘Ook voor leveranciers wordt het speelveld eenvoudiger. En voor Npuls krijgen ze compensatie omdat ze standaarden versneld moeten integreren.’ Koos stelt dat juist de instelling die alles alleen wil regelen, tegen hogere kosten oploopt. ‘Als groep sta je veel sterker; in je eentje ben je geen partij.’ H-P wijst erop dat Edu-V expliciet bepaalt dat leveranciers geen kosten voor koppelingen in rekening mogen brengen.
Een afsprakenstelsel over afsprakenstelsels?
Voor Aladin Mhamdi (netwerk Architectuur) hadden Edu-V en Npuls er al veel eerder mogen zijn. ‘Het kost ons veel tijd om alle afspraken en voorwaarden bij te houden. Het landschap is erg versnipperd en niet helder. Als school kunnen we niet onder de motorkap kijken op het niveau dat een compliance-dienst dat doet. Maar nu hebben we bijna een afsprakenstelsel nodig over hoe we met verschillende afsprakenstelsels omgaan. Een applicatiecatalogus zou hierin volgens mij dé uitkomst zijn.’
Isabelle herkent deze behoefte. ‘Het zou mooi zijn als keurmerk, DPIA en aanverwante toetsen samenkomen, zodat een instelling bij inkoop kan vertrouwen dat alle vinkjes op groen staan.’ H-P wijst ook op aankomende wettelijke kaders: OCW en de programma’s zijn in gesprek over welke onderdelen verplicht worden. ‘Daarmee krijgt een school straks ook een juridische stok achter de deur. Een contract is dan niet genoeg als een leverancier niet aan de afspraken voldoet.’
Ruimte voor innovatie
Een tweede vraag uit de zaal: ‘Houden de stelsels wel rekening met innovatie?’ Volgens H-P zeker wel: ‘Interoperabiliteit is een voorwaarde om te kunnen innoveren, en de afspraken vormen puzzelstukjes waarmee leveranciers kunnen experimenteren.’ Isabelle voegt toe dat nieuwe partijen door de stelsels sneller zien welke nieuwe koppelingen ze kunnen maken. Marc Dietzenbacher van het netwerk Informatiemanagement beaamt dit: ‘De stelsels maken de markt transparanter. Dat geeft meer ruimte om te innoveren.’
Wat staat er nog op de agenda?
Tot slot kijkt het panel vooruit. MBO Digitaal, Npuls en Edu-V zijn in gesprek over hoe OOAPI breder geïmplementeerd kan worden; er is zelfs een vacature voor een projectleider die dit traject vormgeeft. De samenwerking tussen Edu-V en Npuls wordt structureel: gezamenlijke afstemming, gezamenlijke ontwikkeling van generieke standaarden en een gezamenlijke roadmap voor harmonisatie. ‘Voor een school maakt het uiteindelijk niet uit of iets Npuls, Edu-V of OOAPI heet,’ merkt Aladin op, ‘die wil gewoon weten waar het aan toe is.’
H-P sluit af met een groot compliment aan de zaal vol mbo’ers. ‘Het is niet vanzelfsprekend zoals jullie elkaar zo actief opzoeken in vele netwerken en werkgroepen. Dat zie ik veel minder in andere sectoren. Blijft dat doen, want samen sta je sterker.’